NederlandsDeutsch
 

tentoonstellingen

Catalogus bij de tentoonstelling 20 jaar Teken

Drie posters met afbeeldingen en een tekst of gedicht

 

Vindingrijke eenvoud


door H.C. ten Berge

 

Landschappen om
naar uit te kijken

door Feico Hoekstra


Timmermansoog en
vrouwenhand

door Sander Grootendorst

Vindingrijke eenvoud

Al wat zichzelf is, volledig, soms bijna volmaakt,

Al wat de hand bedachtzaam vervaardigt

Mondt uit in eenvoud die ertoe doet.

Iemand schreef ooit “een gedicht als een ding”.

Hier is het ding een gedicht –

Grondstoffelijk en tastbaar, materie

zonder metafoor

Die slechts het eigen wezen omvat.

De maker betast de materie,

De hand stuurt het hoofd

tot het voorwerp zich gevonden weet.

Wat ongevormd is

En geen naam heeft.

Wat gestalte krijgt

En dan benoemd wordt.

Roerijzer met bladrank,

Zwierige krul boven theelicht,

Bloem in gekantelde buis,

Brillenhuis met een gelede wand,

Een clip die ons toelacht,

De vlucht van een ijsvogel in een papierklem gevat.

Waar de tong de namen proevend uitspreekt

En de hand de dingen zelf beproeft,

bloost een wijnfles in een kegel van karton,

houdt een kaars zich recht in gestapelde stenen van gladgeschuurd hout.

H.C. ten Berge

Landschappen om naar

uit te kijken

Tekenen is ruimte scheppen. Een vel papier is een wit vlak, maar

trek er een lijn in en het vlak breekt open. Ineens is er een onder

en boven, een voor en achter, een ver weg en dichtbij, ineens is er

lucht. Tekenen is lucht scheppen.

Michael Beer kent het geheim van tekenen, van hoe je een

vlak omtovert tot ruimte, hoe je lucht schept waar eerder alleen

maar wit was. Tijdens een wandeling langs de kust in Zweden

of Noorwegen, of tijdens een boottochtje over de IJssel bij zijn

woonplaats Zutphen, of soms gewoon thuis aan tafel uit zijn

herinnering, krabbelt hij de lijnen van het landschap op papier.

Notities zijn het, zoals de dichter ze in zijn blocnote schrijft, een

korte aanduiding, een snelle karakterisering, alleen dat wat echt

nodig is om het beeld weer op te roepen.

Voor de meeste mensen blijven de tekeningen van Beer

trouwens verborgen, zoals je van een dichter zelden de notities

ziet. De notities zijn niet waar het om gaat, notities zijn het

startpunt van de kunst. Met zijn linosnedes neemt Beer weer

afstand van zijn onderwerpen. De eerste indruk wordt omgezet in

een lijnenspel met autonome werking, waarbij zaken als ritme en

beweging, spanning en evenwicht net zo belangrijk zijn als die ene

typische kustlijn of boompartij. Als de kunst erom vraagt, zet Beer

er rustig een boom bij of legt hij een rotsblok wat verderop in het

zand.

Met de jaren is Beer steeds meer gaan experimenteren. Een

prop papier op de drukplaat zorgt voor een structuur in reliëf:

het ruwe oppervlak van een steen. Een golfpatroon, met een kam

getrokken in een laagje plamuur, geeft weer een andere structuur:

flarden nevel in een fjord. Of een tekst van bevriende dichters,

een compositie van letters, regels en strofen, die als het ware een

gesprek aangaan met de lijnen van het landschap: poëzie met en

zonder woorden.

Zo schept Michael Beer met zijn kunst ook ruimte voor zichzelf,

ruimte om verder te gaan, om grenzen te verleggen en nieuwe

gebieden te ontdekken – landschappen om naar uit te kijken.

Feico Hoekstra

 

Timmermansoog en

vrouwenhand

Timmermansoog en vrouwenhand

werken samen in wat ooit

lege kamers waren.

Elke tafel, elke stoel koos er zijn eigen plek,

pontificaal in het midden

of bescheiden in een hoek.

Sommige nodigen uit om aan te schuiven, aan

te zitten, mee te eten.

Andere nemen de bewaking op zich

van een opengeslagen boek.

Of een glas wijn tussen twee slokken door.

Het ene meubel is van harte bereid

ons even met rust te laten,

het andere daagt uit tot oplettendheid.

Timmermanshand en vrouwenoog

buigen het hout alsof het vliegt in de wind,

veranderen golven bij opkomend tij

in een bijzettafeltje-met-zwerfsteen.

(Zelfs van de zee is een meubel gemaakt).

Nu is het nog stil hier binnen,

maar straks komen de menselijke stemmen thuis.

Dan raken ze met elkaar aan de praat

rondom een glazen tafel

met poten die zowel liggen als staan.

Ze nemen plaats op de bank

die naar binnen en naar buiten kan kijken.

Ze pakken er een stoel bij

met de nerven van een plataan.

Ze zoeken in een kast

die is samengesteld uit dozen,

spelen muziek op een pianokruk

die klinkt als blauw.

Sander Grootendorst